24-12-11

PITSEMBURG .....................deel 1

DOMUS beate Marie THEUTONICORUM Jerosolimitanorum in Machlinia et Mösenghem.

aleksandr2.jpgRidders en kruistochten worden steevast met mystieke waas omgeven. Het spreekt tot ieders verbeelding en hierbij worden , jammer genoeg, mythen gecreëerd, foutieve interpretaties, manke veronderstellingen en discrepanties. Voortdurend worden deze gegevens overgenomen en via de media losgelaten; de webblogs en forums op het internet puilen uit van voorgekauwde onzin. Ik maak er mijn opdracht van om de literaire bronnen realistisch weer te geven. Je moet soms de economische en politieke beweegredenen van een oorkonde weten te achterhalen.

We starten het verhaal tijdens de kruistochten.

Oprichting

wapen teutoons.jpgDe Duitse ridderorde, de jongste van de drie grote ridderorden, naast de Tempeliers en de Johannieters (Orde van Malta) dankt ook haar ontstaan aan de kruistochten.

In °1118 stichtte een Duits echtpaar een gasthuis te Jeruzalem voor hun talrijke taalgenoten die als pelgrims het Heilig Graf kwamen bezoeken. De patriarch van Jeruzalem stemde erin toe dat bij dit gasthuis ter ere van Maria een kapel opgericht werd. 70 jaar later in °1187 met de verovering van Jeruzalem door sultan Saladin, verdween dit gasthuis dat de zetel zou worden van de nog te stichten ridderorde.

 

 

 

akko 3.jpgHet eigenlijke ontstaan van de orde gaat terug tot het beleg van Akko, midden °1190 toen burgers uit Bremen en Lübeck een veldhospitaal oprichtten voor de Duitsers die deelnamen aan de 3e kruistocht onder leiding van de Duitse keizer Frederick Barbarossa. Dit is inderdaad vreemd want de oudste oorkonde met vermelding van giften is van voor 13 maart 1190. In datzelfde jaar verdronk de keizer en nam zijn zoon Frederick van Schwaben dit veldhospitaal onder zijn bescherming en droeg de leiding ervan op aan zijn kapelaan Conradius. Diezelfde Conradius vormde het hospitaal om tot een gasthuisorde met als grondslag de regel van de Johanietters, beter bekend onder de naam " orde van Malta".

 

pauselijke zegel 1269.JPG

 

Op 6 februari 1191 keurde paus Clementius III de stichting goed.

 

 

 

 

De Ridderorde :

teutoonse ridder.jpgSinds 1198 droegen de ridders dan ook, net als de tempeliers, de witte mantel ipv de zwarte mantel met het witte kruis. Tijdens veldtochten droegen ze een rode mantel met zwart kruis.  De omvorming tot ridderorde werd op 19 februari 1199 door paus Innocentius III bevestigd als "hospitale sancte Marie Theutonicorum Iherosolimitanorum "

Tot op heden leeft zij als geestelijke orde voort.

 

Hun ideaal was het verenigen van ridderschap en geestelijk leven. De grondslag hiervoor was kuisheid, gehoorzaamheid tot de dood en armoede, waarmee leven zonder eigen bezit bedoeld werd. Alle leden moesten ook geheel of gedeeltelijk het zwarte kruis dragen.  

200px-Borstkruis_van_de_Duitse_Orde.jpgEnkel wie van adel was kon als ridderbroeder toetreden. Dit diende door twee getuigen te worden bevestigd. In de 16e eeuw waren vier kwarieren adellijke voorouders vereist, te staven door schriftelijke bewijzen. Doch niet alle leden waren ridders. Voor priesters was geen adellijke herkomst vereist ; ook personen met lagere wijdingen werden aanvaard. Onder de andere niet-ridderlijke leden kwamen eerst de "seriantbroeders", wapendragers, die echter de volle uitrusting en ook niet een witte, maar een grauwe mantel droegen. Hun aantal was zeer groot, doch ze verdwenen in de 16e eeuw.

 

Lekenbroeders legden de geloften af en stonden in voor alle werk. Ze droegen een grauwe mantel met een half kruis. Voorwaarden voor aanneming waren : geen lichamelijke gebreken, geen schulden en een jaar proeftijd. Bij de orde hoorde ook een groot aantal dienstboden , "in caritate" of tegen loon, wapenknechten en "sängerknaben" voor het officie.  Veel commanderijen werden zo een "Herrensitz", met een commendator, een priester en een rentmeester, als de priester niet beide functies cumuleerde.

220px-Halskruis_van_een_Deutsch_und_Hochmeister.jpg

 

Aan het hoofd van de Duitse Ridderorde stond de hoogmeester . Hij werd voor het leven verkozen door een raad van dertien kiezers, waarvan acht ridders, vier broeders en een priester. Toen in 1229 Jeruzalem heroverd werd, kon de Duitse Ridderorde haar intrek nemen in het vroegere gasthuis en kreeg zo aansluiting met haar voorgeschiedenis. Amper 15 jaar bleef de hoofdzetel daar gevestigd. Toen de stad in 1244 opnieuw verloren ging, werd de hoofdzetel tot 1291 naar Akko overgebracht, dan bleef de zetel 18 jaar lang in Venetië. In 1309 verplaatste de hoogmeester zijn residentie naar Marienburg. In dit gebied, dat graan, honing, was, barnsteen, eikenhout, jachtvalken en pelzen leverde, kon een uitgebreide handel uitgebouwd worden.

 

 

Structuur :

De organisatie van de orde berustte op de vereniging van verschillende commanderijen in een provincie, "balije" genaamd, met aan het hoofd een landcommendator. Twee balijen strekten zich volledig over de Lage Landen uit : de eerste in het noorden met als zetel Utrecht, een tweede met Oude-Biezen in 1220 te Rijkhoven. Een derde balije , Koblenz had ook goederen in de lage landen.

pisenborg 1560.jpg

 

Waarom Pitsenburg te Mechelen , zo ver afgelegen van Koblenz, niet ingedeeld werd bij Ouden-Biezen kunnen we slechts vermoeden. De balije Biezen was al rijkelijk voorzien en Koblenz kon de rijke inkomsten uit Brabant en ook uit Vlaanderen best gebruiken.  Ene Egidius Berthout treedt in 1234 op als "frater et procurator domus Theutonicorum in Brabantia". Aangezien het hier over de kapel van Nekkerspoel gaat, mogen we aannemen dat dit de zetel van het Huis in Brabant was. Pas op 28 oktober 1269 is er sprake van een vestiging te Mechelen onder "Jacob, commendator van de broeders van het Duitse Huis te Mechelen".

18:17 Gepost door email : willempy@skynet.be | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.