28-12-11

Pitsemburg ..... deel 2

Oprichting Pitsemburg en Egidius "Gillis" Berthout

0914_Berthout.JPGDe eerste verworven schenking aan Pitsemburg kwam uit Oudenburg. Gillis Berthout , jongere zoon uit een der machtigste geslachten van Brabant, huwde Catharina van Belle, weduwe van Boudewijn van Grammene, kamerheer van Vlaanderen en Heer van Oudenburg. Door zijn huwelijk met Catharina erfde Gillis beide titels.

Damiate 01.jpgHij nam samen met zijn vrouw deel aan de vierde kruistocht en tijdens het beleg van Damiate op 7 september 1219 in Egypte, getroffen door de overgave en de inspanningen door de Duitse Ridderorde, schonken ze hun gasthuis te Oudenburg aan het OLV-gasthuis te Mechelen, met een voorzichtige beperking : "voor zover het voogdijrecht hen toebehoort". Nog tijdens hetzelfde beleg schonken ze ook hun kapel te Oudenburg en al haar bezittingen. 

Deze kapel , de Heilige Kruiskapel, werd door de Heren van Oudenburg rijkelijk begiftigd. Een volgende schenking gebeurde op 27 januari 1221 in Schriek, later nog schenkingen in Massemen, Diksmuide, , Velzeke, Huize en de Vier ambachten. Daar is zelf even Vilvoorde bij. Deze stichting kende maar een kortstondig bestaan. Het "domus sanctae Mariae Filfordensis, verkreeg op 11 april 1236 op verzoek van de Duitse broeders een aanbeveling van de paus tot de bisschop van Kamerijk om een kapelaan te benoemen. Twee jaar later deed de orde afstand van alle rechten op het gasthuis van de stad Vilvoorde en droeg dit gasthuis over aan de orde van de Heilige Augustinus.

IMG_2842.jpg

 

 

Pas in 1247 komt Mosengem ter sprake als Wouter van Zottegem, Heer van Wolvertem en zijn vrouw Mabilia cijnzen verkopen aan de abdij van Grimbergen, waarop 14 bunders van de broeders van het Duitse Huis . (zie ook artikel "de Heren van Museghem)

 

 

 

 

Neckerspoel

Gillis Berthout treedt er op als "frater et procurator domus Theutonicorum in Brabantia" en zegelt op 13 december 1234 deze oorkonde. Het Duitse huis te Nekkerspoel kent gedurende 19 jaar een vreedzaam bestaan. Dan ontstaan er wrijvingen met het kapittel van Sint Rombouts. Offeranden die de broeders ontvingen van parochianen, moeten ze te goeder trouw afstaan. Ze mogen hun eigen broeders begraven en al wie bij hen zijn begraafplaats kiest. "si parrochiam Machliniensem voluerint inhabitare".    Dan volgt Walter Berthout en de relaties vertroebelen : een overeenkomst van 2 mei 1253 met het kapittel van St Rombout waaruit blijkt dat de Duitse broeders naar de parochie Mechelen willen uitwijken. Een jaar later verkoopt Wouter Berthout goederen aan Arnoldus van Triest met vermelding " de koper mag over al deze goederen beschikken, hij mag ze schenken aan de Cistercienzers, aan de tafels van de Heilige Geest of gelijk welke geestelijken binnen de heerlijkheid Mechelen, maar NIET aan het Huis der Duitsers.

 

Pitsemburg

pauselijke zegel 1269.JPGDe Orde bleef bij de hogere instanties hameren op de vrijstelling van belastingen : op hun commanderij en op een hoeve genaamd " Hof te Betzembroek ". Pas in 1264 stelde paus Urbanus IV  de Orde vrij van lasten voor herstelling van muren, bruggen en wallen.  Waarom dit hof hierbij betrokken is doet vermoeden dat het een vroegere schenking moet zijn.

Hypothese 1 : De omvorming van de ridderorde op 5 maart 1198 werd gedaan in het bijzijn van de hertog van Brabant en vermits Wouter III Berthout kamerheer was van de hertog en hem enigszins vergezelde op de Kruistocht, moet hij toen een schenking hebben gedaan, "de hoeve van Betzembroeck".  

Zegel Berthout.jpgHypothese 2 : De schenking van "het Hof van Betzembroeck" komt van Gillis tijdens het beleg van Damiate in 1219 voor de hulp aan zijn broer Wouter Berthouts , die tijdens de belegering en inname van Damiate werd gewond en in het hospitaal van de Duitse Ridderorde werd verpleegd. Ook Wouter deed toen zijn gift van op zijn sterfbed : "Wouter Berthout, Brabantse edele en Heer van Mechelen, laat weten aan zijn broeder Gillis en aan zijn eigen zonen Wouter en Hendrick, dat hij, in het leger der Kruisvaarders bij Damiate liggend, ziek van lichaam doch helder van geest, aan het Ste-Maria-hospitaal der Teutonische Ridderorde te Jeruzalem geschonken heeft, 24 bunder beemden in "Rama" en 6 bunder harde grond in "Grotlo" tot zielerust van zijn voorouders en opdat God zich over ............"

We veronderstellen dat deze hofstede de eerste zetel was, nog voor de Orde over de kapel van Nekkerspoel beschikten. Na het verlaten van de kapel van Nekkerspoel vervangt de Orde, in herinnering aan hun eerste vestiging en in navolging van het in de Duitse Ridderorde gebruikelijke achtervoegsel, het oorspronkelijke "broek" door "burg" en zo komen we tot de nieuwe naam "Pitsemburg". 

Mösenghem  

00.jpgIn 1294 verkopen Walterus de Museghem en zijn broers Christianus en Arnoldus hun hofstede aan de Duitse orde. Deze verzamelen alle goederen, giften en schenkingen in de streek en brengen deze onder in een "leenhof". Het "Hof te Museghem" dat ook als "laathof" in deze verzameling is ondergebracht wordt de zetel van het "Leenhof van Pitsenburh te Mösenghem".  

Jaarlijks moet iedereen de cijnzen te Meuzegem komen betalen aan de rentmeester van het hof, die eveneens optrad als griffier om de jaarlijkse maanboeken in te vullen. Wij zullen op een later tijdstip dit leenhof bespreken en er de nuttige informatie uithalen om de geschiedenis van Meuzegem verder aan te vullen.

 

De Commanderij Pitsemborg te Mechelen

pit 1729.jpg

De praal van de commanderij was indertijd zo bekend dat zij geregeld dienst deed als residentie voor voorname personen. Van de rijk gestoffeerde oorspronkelijke inrichting, de fraaie lambriseringen, het wandbehang en het goudleder blijft helaas niets meer over, behalve een hangende spiraaltrap met sierlijke eiken aanzet en de gekleurde glasmotieven in de grote toegangsdeuren. De onterving van de patrimonia na de Franse revolutie zorgde voor een geleidelijke afgang en verbrokkeling. In 1827 kwam het hele domein in handen van de stad Mechelen die er hun slecht behuisde stadscollege in onderbracht. De onderwijsinstelling kreeg meteen een nieuwe naam : "College Communal de Pitzembourg " Het klerikale stadsbestuur sloot met het Aartsbisdom een om de tien jaar te vernieuwen overeenkomst af. In 1863, na het verstrijken van weer een 10-jarige termijn, wilde het stadsbestuur een wetenschappelijke afdeling toevoegen onder toezicht van het College van Burgemeester en Schepenen, wat door de aartsbischop niet aanvaard werd. Na jaren van strubbelingen besloot de gemeenteraad in 1881 het college over te dragen aan de staat.

logo pitsemb.jpg

 

Koninklijk Atheneum Pitzemburg was geboren.  Zij draagt in haar logo zowel de wapens van de stad Mechelen als de pelicaan uit de wapenzegels van de Commanderij. De pelicaan staat voor het vroeg-middeleeuwse symbool van de legendarische zelfopoffering om andermans leven te redden alsook voor altruïsme en barmhartigheid. 

 

17:48 Gepost door email : willempy@skynet.be | Email dit