12-08-12

Onse Lieve Vrauwe hoeve

Opzoeking : M. Gillisjans      Bewerking : W. de Ridder

Deze hoeve wordt door J. Verbesselt aangeduid als dotatiehoeve bij de parochiekerk van Meuzegem. Anderen houden het op een afsplitsing van het nabij gelegen Hof te Lovegem.

Scan Lovegem b.JPG

 

 

 

A= OLV-hoeve

B=Hof te Lovegem onder Brussegem

C=Hof te Lovegem onder Wolvertem

 

 

 

 

 

 

 

 

Om de oudste geschiedenis van deze hoeve te achterhalen , volgen wij de kapittelregels van de rechtsgeldigheid van onze kerk.    We weten dat er twee "mansi" geschonken werden als dotatiegoed volgens de kapittels dd °800 tot °818. Daarin is meermaals sprake van de verplichte " curtis met servi" (lees = een hoeve met dienaars). Deze dotatiehoeve is gelegen binnen het oude domein van Muso waarop ook het eerste dotatiegoed ligt. Dit dotatiegoed werd indertijd beheerd door de Abdij van Dieleghem maar over dat beheer zijn geen gegevens meer beschikbaar. Het goed ging daarna door verschillende handen , vermoedelijk via de Heren van Wolvertem en de Abdij van Grimbergen. Sommige auteurs hebben hun twijfels over de hoeve als dotatiegoed.  

Zou er een alternatief bestaan ? m.a.w., kan er op dat oude domein of op het Meuseghemvelt gelegen onder Wolvertem een andere hoeve als " curtus met servi" aangeduid worden ?   Ik meen van niet.     

De dotatiehoeve is gelegen op een domein van 3 bunders en 35 roeden , veel te klein om zelfbedruipend te zijn .... m.a.w., het is niet leefbaar.   De abdij van Dielegem verkocht het aan de abdij van Grimbergen die de hoeve aanhechtte bij een andere laathof ....... het " Hof te Lovegem " . Deze was eertijds een hoeve van de Heren van Lovegem , maar dan gelegen aan de overzijde van de Valbeek en aan de andere kant van het veel oudere Frankische "Hof te Lovegem" met aanpalende kouter. Het ene hof ligt onder Wolvertem, het andere onder Brussegem...... verwarring alom .............

Dank zij het opsporingswerk van M. Gillisjans komen we meer te weten.

Na de woelige tijden verkocht de abdij van Grimbergen in 1586 het Hof te Lovegem (onder Brussegem) aan Nicolaes Baert die het uit geldnood in 1588 terug verkocht aan Sieur Marco Antionio Peres.  Pachter in die tijd was Franciscus van Campenhout, broer van de prelaet van Grimbergen. Het domein was toen 45 bunder en 3 dagwanden groot. 

Dan maken we een sprong naar 1626.   Een kanunnik van Sint Goedele , Philibertus de Mol , koopt een domein van 21 bunders ,3 dagwant en 61,5 roeden groot , " ..... eene hoeve gem. geh. Meuzegem metten huyse, chuere, stallingen daer op staende ....... "      Tezelfdetijd werd door deze kanunnik ook het Hof te Lovegem (onder Brussegem) verworven, 21 bunders ,3 dagwant en 61,5 roeden groot en geeft hij het goed in onderpand aan Nicolaes van Varick, Heer van Huizingen die hem een lening toebedeeld.

Het valt ons direct op dat het domein van Lovegem onder Brussegem in twee gelijke stukken werd opgedeeld. De "hoeve van Meuzegem " is wel degelijk de dotatiehoeve van de Abdij van Dielighem. De monniken (van Grimbergen of Dielighem) hebben de onleefbare dotatiehoeve van amper 4 bunders aangehecht bij het aanpalende "Hof te Lovegem" (onder Brussegem) en het nadien in twee gelijke parten verkocht.  De abdij heeft er stallingen bijgezet en het domein vergroot zodat het domein leefbaar kon worden uitgebaat. Als pachter vinden we Alardus Meyskens .

SG7752PhdeMol9 9 1627Pietquin (1)..jpg

 

Nog geen jaar later op 09.09.1627 verkoopt Philibertus de Mol de hoeve aan Livinus de Cuyper en Magdalena de Bruyn. 

Beide, afkomstig uit Baasrode, hebben hun goederen in Nijverseel verkocht en willen nu in Meuzegem de hoeve uitbaten.

Zij nemen ook de lening en de borgstellingen van Philibertus de Mol over.

Na de dood van Livinus (+ 14.04.1632) brokkelt het domein af.

 

 

 

 

Magdalena verkoopt in 1634 een paar bunders grond aan Nicolaes Theeus, de pachter op het Hof van Pitsemburg en in 1637 nogmaals 6 bunders aan Juffrouwe Joanna Coene (weduwe Egidius Hannecart). Na de dood van Livinus neemt Philippus het hof over tot zeker 1657.    Dan komen de kinderen ook hun deel opeisen. Tussen 1645 en 1671 komt zowat het hele domein in handen van Juffrouwe Maria , dochter van Egidius Hannecart.  

Volgens de acte uit het notariaat Jan van Nos dd 25.03.1666 verhuurt Juffrouwe Maria de Hoeve van Meuzegem aan Adrianus Aelbrechts.    Op 19.07.1670 wordt de pacht voor de hoeve vernieuwd en verlengd met 9 jaar. 

Op 05.11.1671 wordt de hoeve plots verhuurd aan Arnoldus van Humbeeck die 14 dagen later huwt met Jacoba Vervranghen.  

OLV 001.jpg

 

 

Een deel van de gebouwen wordt vernieuwd of her opgebouwd.

In 1672 verhuurt Maria nogmaals 15 bunders land aan Arnoldus van Humbeeck voor 6 jaar.

In 1679 worden sommige landerijen verhuurd aan Henricus van Bever en na de dood van Arnoldus (+12.01.1692) blijft moeder Jacoba achter met " ... een dochter, 2 meiden, 1 knecht , 3 paarden, 1 veulen , 8 koeien, 2 runderen, 2 kalveren en 3 varkens."   

Op 20.12.1694 zijn de huurders Arnoldus van Humbeeck en Joannes Aelbrechts.

Pas op 04.04.1701 krijgt de hoeve haar naam "Onse Lieve Vrauwe hoeve gheleghen onder Meeseghem ...."

  

OLV 002.jpg

SGBsg1173verkoopLov en O.L.V1715 (2).jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 27.06.1715 stellen de kinderen van Franciscus Hannecart hun goederen openbaar te koop.

 

De inmijnprijs is 19000 gulden maar zakt tot 14.000 gulden.

 

 

  

Er wordt 13900 geboden door Toussaint de France vertegenwoordiger van de Commanderij van Pitsenburg. Maar de goederen gaan tenslotte naar de stroman Joannes Wouters , drossaard en rentmeester van Prins Anselm de la Tour & Tassis.   Pachters van het hof zijn Philippus de Jonghe, koster te Meuzegem en Jan de Coster. De omliggende gronden, 22 bunders , worden gehuurd door Joannes de Boeck.  

NB4893 huurcontHvGucht1751 (1).jpg

 

 

 

In 1740 is de pachter Henricus van Gucht, kerkmeester van Meuzegem in 1744 en 1751. 

Deze bezit volgens de haardtelling van 1747 : " ..... 1 zoon boven de 7 jaar, 1 dochter, 1 knecht, 1 meysen, 2 paarden, 1 veulen, 4 koye 2 rinders, drye calveren, 2 verckens, 2 haerten en eenen oven voor syn gerieff, ½ ploegh.... "

Deze haardtelling moest juist zijn op boete van " ..... 10 pattacons ... " , maar wij weten dat hij enkele maanden later hand- en spandiensten verrichtte met minstens 3 paarden en 1 reserve.

In 1751 wordt de huur voor Henricus verlengd met 6 jaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan gaat het vlug.   Na de dood van Henricus in 1764 hertrouwde de weduwe Maria Anna de Roover met Petrus Verhasselt uit Mollem. Petrus hertrouwde in 1768 met Joanna Maria van Bever uit het Hof van Amelgem.    Petrus wordt in 1780 nog vermeld als pachter, maar in 1781 hertrouwt zijn weduwe Joanna Maria van Bever met Michiel Jacobs uit Meise.  

Volgens de telling uit 1794 zorgt Michiel voor " ...... 12 personen, bewerkt 17 bunders land ..... heeft 82 s(ister) tarwe, 90 s koren, 10s gerst, 15s boekweit, 14 s sloorzaad, 50 s haver, 60 ponden hop, 3500 ponden hooi, 11500 bussels stro ......"      Op dat ogenblik is het OLV-Hof een van de grootste hoeves van Wolvertem ....... de 60 ponden hop zijn inderdaad bestemd voor de brouwerij en de herberg binnen het Hof.   Michiel overlijdt in zijn pachthof op 16.11.1816 en Joanna Maria in 1822.

In 1824 word 13 ha van de landerijen verhuurd aan Egidius Stuckens uit Evere die gehuwd was met de dochter van Petrus Verhasselt en Joanna Maria van Bever.    In 1825 hertrouwde Egidius met Maria Pese uit Merchtem.  In 1829 wordt het pachthof en 31 bunders land verhuurd voor 6 jaar aan Egidius.

In 1835 worden de goederen van de Prins de la Tour voor verkoop aangeboden. Egidius Martinus Stuckens koopt het pachthof voor 42764 frank met 22 ha grond.  Dochter Isabella-Louise Stuckens huwde in 1867 te Wolvertem met Philippus van den Houte en zij namen het pachthof over.   In 1877 verhuisde de familie naar Merchtem en werd de hoeve kortstondig verpacht (drie jaar) aan Henricus de Pauw uit Brussegem (X Maria Elisabeth Bessems)

Hoeve Meu 02.jpg

 

 

 

Pas in 1887 vinden we de pachter terug, Petrus Franciscus van den Moortel (gehuwd met Maria Dorothea de Knop) die tot 1920 het hof zal uitbaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1920 wordt door de eigenares Isabelle Stuckens de pacht met 9 jaar verlengd.   In 1924 huwd de dochter van Petrus, Joanna Barbara Amelia van den Moortel met Ludovicus Franciscus Alphonsus Leemans en zij nemen de pacht over.   Eigenaars blijven de kleinkinderen van de broer van Egidius Stuckens.   In 1930 verlengt Amand Stuckens de pacht voor 9 jaar.  

IMG_1924.jpg

 

 

 

 

In 1954 is het pachthof nog steeds in handen van de familie Stuckens en de pachter is nu Julius de Boeck.

 

In 1973 verhuist Julius en de gebouwen worden door de familie Stuckens verkocht aan architect-urbanist Edward de Neys.

 

 

 

 

In 1995 komt de hoeve in bezit van zijn zoon Christoffel de Neys.   In dat zelfde jaar zijn de 5 ha landerijen rondom eigendom van de BVBA Stephex Stables van Stephan Conter, die het domein uitbreidt en er een frisse outlook aan geeft.

IMG_0790.jpg

01:07 Gepost door email : willempy@skynet.be | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.