15-02-15

X

Een ander kijk op Muso.JPG

 

 

 

Inleiding.

Hebt U ook bemerkt dat in onze geschiedenisboekjes,  het Romeinse tijdvak , het Frankische tijdvak en de kerstening , gereduceerd zijn tot 1 enkele bladzijde ?    Hebt U ook het gevoel dat de geschiedschrijvers het erfgoed , vermeld in de Frankische en  Christelijke bronnen,  rijkelijk verdeeld hebben tussen Nederland en Duitsland. 

Hebben Vlaanderen en Brabant geen geschiedenis ?    Hebben we geen schriftelijke overlevering in dat eerste millennium ?   Is de kerstening aan ons voorbij gegaan terwijl Vlaanderen bulkt van kapelletjes en bidplaatsen , van patroonheiligen en relikwieën , van kerken en dotatiegoederen ? 

Waarom vinden we hierover zo weinig terug ?   Afgelopen jaren hebben we via bodemonderzoeken artefacten boven gehaald die we niet of nauwelijks kunnen linken aan de traditionele geschiedenis. Hoezo ? 

Zijn de interpretaties van de historische bronnen correct ?   Wel ......... ik twijfel er sterk aan. 

Op mijn zoektocht naar het antwoord op de vraag "Waar komen de Franken vandaan? " is mijn vertrouwen in de integriteit en de deskundigheid van historici enorm aangetast.   Dit millennium heeft zowat 10.000 geschiedkundigen gebaard en geen enkele kan op deze vraag een afdoend antwoord geven.    Vooral op forums bemerk ik dat de oude garde zichzelf beschermt en de hiaten en de contradicties in de conventionele geschiedenis verzwijgt en zelfs ontkent.   Het blijft een triest feit dat sommige wetenschappers bepaalde dogma's niet uit hun systeem krijgen. 

Daarom heb ik net zoals vele anderen  steun gezocht bij de SEM (Studiekring Eerste Millennium).    Wij hebben onszelf de taak opgelegd om een hernieuwd onderzoek te starten naar de geschiedenis van de Lage Landen.   In die hoedanigheid is er ruimte voor een eigen interpretatie en visie .......... het staat de lezer vrij om zelf te oordelen of ons betoog behoorlijk en stevig onderbouwd is. 

 

Archeologie.

Archeologie is onze bondgenoot om mythes te ontkrachten en om antwoorden te vinden op onze vele vragen. Wat we uit de grond halen, liegt niet !  We schrijven geschiedenis met de niet-verplaatsbare archeologie.  Betere technieken boden zich aan en de uitgebreide labo-onderzoeken werden betaalbaar.    Archeologie kreeg een boost en we juichen dat van harte toe ...... maar .........

Sommige archeologische sites werden de laatste jaren sterk commercieel aangepakt, terwijl andere  nauwelijks de achterpagina haalden.    Over Romeins Oudenburg is reeds 1000 kilo informatie beschikbaar  terwijl we vruchteloos wachten op de werkelijke reden van deze Romeinse militaire aanwezigheid. 

Ook de Romeinse vicus in Asse werd de laatste jaren sterk in de verf gezet terwijl niemand weet heeft van de nederzettingen van Hulst (Opwijk) , Milllenniumstraat (Opwijk) Galgestraat (Merchtem) Doren (Merchtem),  Nerom (Meise) Heembeekveld (Meise).

Een archeologie met twee snelheden.   Hierin schuilt het gevaar dat we geschiedenis schrijven met onlogische proporties. 

Een ander belangrijk aspect is de bodemkundige samenstelling.  Zand, leem, klei hebben allen een verschillende zuurtegraad. De ene bodem leent zich perfect tot het bewaren van artefacten terwijl de andere nauwelijks sporen achterlaat.  Daarbovenop hebben we hier in Brabant nog af te rekenen met overbebouwing en stedelijke infrastructuur die de verstoring van de bodem verhoogt.

 

Traditionele opvattingen en kritische benaderingen.

We nemen een paar citaten die veelvuldig voorkomen in onze streekgeschiedenis.    Nadien zoeken we naar recent bewijsmateriaal om deze uitspraken te ontkrachten of ze extra te onderbouwen.   

 

NEOLITHICUM

citaat : " ....... onze streken waren nog niet bewoond ......."

Fout !

 

LEVA 4.JPGI.   Charles Leva : industrieel , piloot , amateur archeologie.

Via de herkenningstechniek van "crobmarkets " en gebruik van magnetische velden heeft Charles Leva archeologische verschijnselen voor het nageslacht vastgelegd door middel van meer dan  40000 luchtfoto's.

 

 

 

 

 

grafcircel 51.JPG

 

 

 

Vanuit de lucht duidde hij in Asse verscheidene Romeinse wegen aan. 

Op het traject Asse - Elewijt ontdekte hij tussen Grimbergen en Oppem een 6-tal grafheuvels.

 

 

 

 

motte brussegem.JPG

 

 

Vooral de grafheuvel op de grens van Oppem en Brussegem trekt onze aandacht. 

Een grafcirkel langs een oude landweg, later "Romeinse baan " geheten, gelegen op het Flouxenbergveld, geprangd tussen het Flouxenbergbosch en de Cavainghe . 

 

 brussegem 3.JPG

 

 

 

 

 

Deze ringvormige gracht heeft een diameter van 45 m, is  1.6 m breed en 1.25 diep en heeft een opening van 2 m aan de noordzijde.

 

brussegem 4.JPG

 

Begin 1973 heeft Charles op dit terrein archeologisch onderzoek verricht.

In de gracht werden enkele fragmenten van aardewerk gevonden en een gepolijst bijl uit het Neolithicum, cc 6000 vC. 

In het Neolithische tijdvak werden de doden verbrand op een houtstapel en werden de restanten in de cirkel bijgezet, meestal vergezeld van enig aandenken in de vorm van aardewerk of wapens.  Vervolgens werden de restanten afgedekt met een lading aarde.

 

 

NEOLITHICUM - IJZER TIJD

citaat : " ....... onze streken waren nog niet ontgonnen .......... er was vooral veel bos ............"

Fout !

 

I.   Bij recent archeologisch onderzoek in Meise werden naast een nederzetting uit de Laat-ijzertijd sporen teruggevonden van menselijke activiteit uit het Neolithicum. 

Boomvalkuil 424.JPG

 

 

Van de 37 bioturbatiesporen 

(boomwortels) waren er 8 boomvalkuilen. 

De grootste kuil had een oppervlakte van 23m2.

 

 

 

 

 

  

schrabber 6.jpg

 

 

Uit de vullingen van deze kuilen werd lithisch materiaal gehaald , bestaande uit aardewerk, houtskoolbrokjes , verbrand bot en 3 schrabbers. 

Een schrabber is een werktuig uit vuursteen om hout en huiden te bewerken.  

 

Een duidelijke indicatie van menselijke aanwezigheid . De boomvalkuilen zijn het bewijs van de ontbossing die aanving tijdens het Neolithicum (5000 vC).  

 

 

 

De "boomval" kan eveneens plaatsvinden tijdens een hevige stormwind, maar dan zijn de littekens te vinden aan de rand van het bos, daar waar de bomen de ruimte hebben om met hun zijtakken diep in de grond te penetreren.

In werkput nr 7 is de concentratie van boomvalkuilen zo groot dat de "boomval" het gevolg moet zijn van een menselijk ingrijpen.

 

II.   We zijn de trotse eigenaar van een zwart gat in onze geschiedenis en bovendien ontbreekt het ons aan eigen naamgeving.

Nooit was mijn verzameling naslagwerken over aardewerk en terracotta zo omvangrijk ......... Waasland -Scheldeland - Rupeliaans - Low Lands Ware ......... geen enkele met Brabantse nomenclatuur ........ 7000 jaar geleden waren hier toch ook pottenbakkers ....... of gingen ze winkelen bij de buren ?

IMG_0400.jpg

 

 

In de gemeente Merchtem was een vroeg- middeleeuws pottenbakker actief.

Zijn domein dat het toponiem draagt van "Ticheldekker " en zich bevindt op het gehucht "de Cley " vertoont sporen uit de laat-ijzertijd.

Toeval  ?

 

 

 

 

 

  

 

III.    Een derde bewijs van bewoning moet gezocht worden in de kwaliteit van de cultuurgrond. 

Het "plateau van Brabant " en de "breuk van Henegouwen " liggen in het verlengde van een uitgestrekt landbouwgebied dat eindigt aan de Somme (Frankrijk).   Het is de beste landbouwgrond van Europa.   Dit is aantoonbaar door te verwijzen naar het 3-ledig landbouwstelsel van de Franken.    Elders werd de velden pas om de 2 jaar in cultuur gebracht.   De veldopbrengst lag hier veel hoger ....... hogere inkomsten en  hogere belastingen .......... hogere cijnzen en tienden ....... vergelijk eens de domaniale cijnsboeken , ze liegen niet.

Rijke landbouwgebieden hebben van nature uit een hogere bevolkingsgraad.   Helaas is hiervan in de historische bronnen geen spoor terug te vinden ........ of toch ?

 

IV.     Gvuursteen.JPGevonden bij onze buren in Nerom

..... een gepolijst bijl

bijl.JPG

 

 

 

 

           .... en enkele vuurstenen ....... 

 

 

  

 

LAAT-IJZER TIJD

citaat : " ........ voor de komst van de Romeinen werden onze streken  bevolkt door de Nerviërs , een Keltische stam ....."

Ik denk het niet !

potin Meise.JPG

I.    Waar je ook graaft en delft , er zit niets Keltisch in onze aarde,  behalve de 2 Keltische munten gevonden te Asse en 1 Keltische Potin "au rameau " , bovengehaald in Meise.

Voorzichtigheidshalve wordt in de archeologie de bewoning in dit tijdvak omschreven als " nederzettingen uit de laat-ijzertijd ".

 

II.   Ten slotte is onze streek meer dan 85 kilometer verwijderd van de civitas Bavay , met het " Bergens Woud " als extra bufferzone. 

 

III.  De basis van onze taal is  Germaans.  Er zijn geen Keltische taalsporen terug te vinden , behalve bij de riviernamen en die ontspringen uiteraard in Keltisch gebied.

Vermits er in het Romeins Tijdvak geen Germaanse bronnen zijn , krijgen we steeds de Romeinse nomenclatuur of wat de Gallische stammen hen vertelden.  

 

 

 

ROMEINSE TIJD

citaat : " ......... tal van Gallo-Romeinse nederzettingen ....... "

Juist , maar ........

I.     De term " Gallo-Romeins "  blijkt te slaan op nederzettingen die chronologisch geplaatst kunnen worden in het Romeins tijdvak.   Het prefix "Gallo " doet wat vreemd aan. Het laat ons geloven dat we bij Gallië behoren.   Ik ben voorstander om het woord " inheems " te gebruiken.     

Het is niet omdat we bezoek kregen van de Romeinen dat we ook onder het Romeins gezag vielen.   Pas na de dood van veldheer Germanicus en tijdens de Pax Romana (vredebestand van de Romeinen) krijgen we voor het eerst Romeinen over de vloer.

Rond 50 nC verschijnen de eerste wegenbouwers die door het " Bergens Woud " een rechte " via "  trekken naar Asse.  Sporen van militaire aanwezigheid zijn nauwelijks waar te nemen.   

Met de Romeinse "verdeel en heers " tactiek is een multi-culturele samenleving mogelijk.   Let eens op de inplanting van de Romeinse vicus in Asse , netjes tussen de kouters van de Franken.   Voor de neerplanting van hun villa in Merchtem opteerden de Romeinen voor een weide aan de beek.    Wat dacht je van Nerum ?

 

nerum.JPGII.     Enkele jaren terug werden in Westrode-Nerom delen van het gehucht "den Boskant " vrijgemaakt voor industriegebied.

Een archeologisch onderzoek volgde ........

Een landbouwnederzetting vermoedelijk uit de 2e eeuw nC , bestaande uit verschillende gebouwen, greppels, een landweg, brandgraven, smidsoven, spijkers  en een ........... potstalgebouw kwamen te voorschijn. 

 

 

 

  

 

 

 

 

aalt 4.PNG

 

 

Een potstal is een stal waarin de mest wordt opgepot.

Op gezette tijden wordt de mest bedekt met een nieuwe laag stro. Door deze manier van werken komt het vee steeds hoger te staan.

Als het mengsel van mest en stro een bepaalde hoogte heeft bereikt, wordt de stal geleegd. 

De ondertussen goed aangestampte en gerijpte mest wordt in blokken gesneden en verspreid over de kavels die gebruikt worden voor de akkerbouw.

909.JPG

 

 

 

 

 

 

Het grondniveau was hellend naar het midden en nog sterker naar achteren  toe. 

Daar werd de gier opgevangen in een put.

 

 

 

  

Dit nederzettingstype en vooral de manier van landbouwuitbating strookt niet met de Frankische landbouwcultuur.   Het potstal-type vinden we vooral terug in de Friese gebieden.   Onder Fries verstaan we zanderig Vlaanderen en de verhoogde kustgebieden van Nederland.    Ook de Romeinen hanteerden deze manier van landbouw, maar helaas zijn er op dit domein te weinig Romeinse relicten gevonden. 

Van de ruim 670 artefacten die ingezameld zijn worden er 226 toegeschreven aan de Romeinse periode : 39 fragmenten van kruikwaar, 41 terra nigra, 6 terra sigilla, 5 Eifelwaar, 7 Pompiaans rood en 7 scherven van dakpannen.   Bovendien ontbreken de fundamenten van een Romeinse onderbouw om dit domein te omschrijven als een Romeinse nederzetting.   Friese inwijkelingen tussen Germanen en Romeinen ?   

 

ROMEINSE TIJD

citaat : " ..... Belgie telde 6 volksstammen ......."

Mag het iets minder zijn ?  

I.    Dit is een interpretatie op gegevens vermeld in de "Commentarii de bello gallico " van Julius Gaius Caesar.   

volksstammen 11.jpgHij noemde deze Keltische stammen in Gallia  " de Belgicae " .

De meeste historici plaatsen de Morinen aan de zee, de Menapiers tot ver boven Antwerpen, de Nerviers in Brabant, de Aduatiekers en de Eburonen aan de Maasgebieden en de Trevieren in Luxemburg.

 

 

Morinen 2.JPG

 

 

 

We focussen even op de ligging van de Morinen en de Menapiers en we verkleinen de kaart.

Het eerste wat opvalt is de kustlijn. 

De literaire bronnen geven melding van talrijke eilanden aan de "Mare Germanium " , vanaf het huidige Bologne sur Mer tot en met de Deense kust.    

Zeespiegel 1.jpg

 

 

 

 

Dit wordt geologisch onderbouwd door de transgressietheorie en inklinking van  de veengebieden.

 

Op nevenstaande kaart is de zeespiegel met 3 meter verhoogd en de donkergroene gebieden verdwijnen meteen in het water.  Zo moet onze kust eruit gezien hebben voor de komst van de Romeinen.      

  

Zeespiegel 3.jpg

 

Vermits de Morinen en Menapiers aan de "Mare Germanium" grenzen, zou je denken dat ze Germaanse roots hebben.  Is dat zo ?

Indien we gaan kijken naar de civitas van deze twee stammen, Terwaan en Kassel , valt het meteen op dat beide op amper 24 km van elkaar liggen.  

Bij wijze van spreken kunnen die twee stammen elkaar bijna voelen, zien, ruiken en horen. 

Aan de andere kant vraag ik me bezorgd af  wat de gebieden rond Antwerpen gemeen hebben met Kassel , dat pakweg 148 km verder ligt.  Wij hebben daarvoor een uitdrukking : " te gek om los te lopen ! "

 

zeespiegel 4.jpg

 

 

 

 

Dan ziet deze kaart er heel wat realistischer uit.  

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

Daardoor ontstaat de indruk dat alle stammen breed uitgesmeerd worden in Belgie, Nederland en Duitsland.   Waren die stammen dan zo omvangrijk ?    Zijn de Romeinse geschiedschrijvers wel in Belgie/Nederland/Duitsland geweest ? De archeologische artefacten dateren van 50/100/150 nC. 

Hoe zou de kaart eruit zien mochten we de gebieden verkleinen en de stammen dichter bij elkaar plaatsen ? 

16:52 Gepost door email : willempy@skynet.be | Permalink | Commentaren (0)